Het is een bijzondere fiets met twee wielen die kan worden aangedreven door spierkracht, elektrische aandrijving of trapondersteuning.
De oplader is het apparaat waarmee de accu wordt opgeladen. Opladers werken doorgaans volgens een tweefasen- of driefasenlaadmodus. De accu’s zijn meestal loodzuur- of nikkel-metaalhydrideaccu’s. In sommige lichte, opvouwbare elektrische voertuigen worden ook lithium-ionaccu’s gebruikt.
De controller regelt het motortoerental en vormt het hart van het elektrische aandrijfsysteem van de fiets. Hij biedt bescherming tegen onderspanning, begrenst de stroom en beveiligt tegen overstroom.
De schakelaar, de rem en de krachtsensor zijn signaalingangscomponenten van de controller. Het schakelaarsignaal regelt de snelheid van de elektrische fiets. Het remhendelsignaal is een elektrisch signaal dat aangeeft dat de fiets wordt geremd. De interne elektronische schakeling stuurt dit signaal via de poort naar de controller.
Wanneer de controller dit signaal ontvangt, onderbreekt hij de stroomtoevoer naar de motor, zodat de aandrijving bij het remmen wordt uitgeschakeld. De krachtsensor detecteert het trapkoppel wanneer de elektrische fiets in de ondersteuningsmodus staat.
Op basis van de sterkte van het signaal van de krachtsensor levert de controller een passende hoeveelheid elektrisch vermogen aan de motor. Zo worden spierkracht en elektrische ondersteuning automatisch op elkaar afgestemd en drijven ze samen de fiets aan.
